|
Filosofe Karin Melis reageert in Trouw (zaterdag 31 oktober 2009) op de inauguratie rede van Ellen van Wolde. En zoals wel vaker in spraakmakende zaken zijn de reacties die een beetje achter lopen bij de directe ophef mooier en genuanceerder.
Scheppen is scheiden. Een vrouw die nieuw leven voorbrengt komt tot het besef dat dit nieuwe leven niet van haar is, maar gescheiden van haar. Een mensenkind tegenover mij. Zoals God het bedoelt, volgens Melis.
“Er was duisternis, chaos, leegte, woestheid, er waren wateren – hetzelfde wat ik zag op dat schermpje destijds bij mijn gynaecoloog. Zin wordt van onzin gescheiden. Het ongeschapene moet vrij baan maken voor al dat geroepen wordt te leven.”
Iets nieuws komt zo niet uit een onbegrijpelijk niets voor (ex nihilo, voor de filosofen onder ons) maar uit een uitsparing in alles wat al is. Dat maakt mensen ook tot mensen, er is steeds al iets voordat wij er waren en zijn. God als Schepper wordt zo een God die ruimte geeft. Alles is en wordt mij gegeven. De oorsprong van mijn ‘zijn’ komt niet uit mijzelf voort. Deze oorsprong is een uitsparing in wat er al was, het scheiden van de wateren opdat mijn leven ruimte kreeg.
“Dat ik van Hem gescheiden ben, betekent dat Zijn oog op mij kan zijn en dat ik me tot Hem kan richten. In een symbiose kun je je niet verhouden. Scheiding is voorwaarde tot verbinding.”
Scheiden is voor Melis een voorwaarde tot verbinding. Niet uit een onbegrijpelijk niets geschapen zijn (zoals het Scheppingsverhaal wel vaak uitgelegd wordt) betekent dat ik mij verhoud tot alles wat is. Dat zet volgens Melis onze eigenmachtigheid in een ander perspectief. Het nodigt uit om de ruimte van ons bestaan te onderzoeken, om naar het beeld van God zin en onzin van elkaar te scheiden, om leven de ruimte te geven.
Het hele artikel lezen? Klik!
|