Zojuist naar binnen gewerkt: een lekker stuk 'pinksterstol'. Voor alle gelegenheden is er heden ten dage een stol bij de betere bakker te verkrijgen. Een uitgelezen gelegenheid om weer eens lekker te foeteren op de onbenulligheid van de commercie. Maar waarom? De stol is toch een heerlijk brood, wat toch aan niemand zou moeten worden onthouden? De stol hoort bij iedereen, en iedereen heeft recht op stol! En ik wil me vooral uitspreken voor die pinksterstol.
'Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.'
De Heilige Geest blaast zich met een enorme kracht in de vrienden van Jezus, die terstond in alle talen kunnen spreken. Wat ze daar tegen de mensen zeiden, staat er geloof ik niet, maar ik ga ervan uit dat het over Jezus ging. Weg met de exclusiviteit. Jezus is er voor iedereen, en iedereen moet en zal het weten. Is daarvoor nodig dat de discipelen op een magische manier ineens alle talen spreken? Consider it done. Powerplay van de bovenste plank. Iedereen hoort erbij. Koste wat het kost. En daarom ook de pinksterstol. Iedereen heeft recht op stol; koste wat het kost. Al moeten de leden van het Nederlands bakkersgilde daarvoor het hele jaar door krentenbrood met spijs produceren: iedereen hoort erbij!
Adobe Flash Player niet geinstalleerd of ouder dan 9.0.115!
(Misschien ken je het filmpje al, het is vrij oud. Ik heb het een paar maanden geleden ontdekt en kijk het sindsdien af en toe omdat het me inspireert om verder en anders te kijken dan ik gewend ben.)
Woensdag 19 mei om 20.30 op Nederland 3: Mijn loverboy! Tamme de Leur namens de EO, slachtoffers van loverboys, 4e jaars studenten SPH en MWD van de Christelijke Hogeschool Ede, de nationale recherche, Het scharlaken Koord, jongerenwerkers, vertrouwenspersonen van scholen, school-maatschappelijk werkers, docenten en politie zaten op 18 mei voor een netwerkbijeenkomst bij elkaar om samen een preview te zien van de documentaire 'mijn loverboy'. In het gesprek dat ontstond na de documentaire kwam naar voren dat de kennis over signalen en aanpak telkens vernieuwd moet worden.. loverboys passen hun strategien aan de tijd aan. het is belangrijk dat ouders en andere belangrijke rolmodellen voor tieners hiervan op de hoogte zijn. Ook kwam het voorlichten ( kinderen leren dat hun lijf van henzelf is en dat van een ander van de ander) van basisschool-leerlingen aan de orde als wenselijke ontwikkeling. Daarnaast het aanbrengen van gelaagdheid in de voorlichting.. dus ook de emotionele en relationele factoren van seksualiteit meenemen. Daarnaast is het gewenst dat de ketenoverleggen steeds zichzelf onder de loep blijven leggen..en het belang van de slachtoffers in het oog houden.. ipv het eigen belang.Tenslotte moeten we ten allen tijde met alle kracht die we hebben blijven strijden tegen het exploiteren van vrouwen en jongeren, of liever gezegd mensen voor de prostitutie!
Ik was met Koninginnedag met Vriend en oud-huisgenoten de stad in. Naar bandjes luisteren, biertjes drinken en een paar zonnestralen opvangen. Net als duizenden anderen. En op een gegeven moment leek het zo te zijn dat samen met ons al die duizenden anderen tegelijkertijd door één straatje wilden lopen. En dus werd het erg krap. En ik voelde mijn ademhaling steeds sneller gaan, voelde een kruis van de onbekende man iets beter dan mijn voorkeur had, moest me overgeven aan de voortstuwing van de meute en dacht alleen maar: “niet in paniek raken, niet in paniek raken”. Gelukkig was Vriend er die al snel achter mij liep en me goed vasthield. Dat hielp. Maar massa’s mensen zijn eng. Veel enger nog dan ‘die ene gek’, die er volgens iedereen maar altijd tussen hoeft te zitten. En zoals het incident op de Dam heeft aangetoond, de massa staat op scherp. Wat juist door die enorme veiligheidsmaatregelen en het als maar herhaalde argument van ‘die ene gek’ ook niet heel erg verwonderlijk is. Ik hoop niet dat de paniek van 5 mei zal leiden tot nog meer veiligheidsmaatregelen en ik ga volgend jaar gewoon weer Koninginnedag vieren. Ik hoop dat we elkaar goed vasthouden, op elkaar letten en daardoor als massa weer een beetje kunnen ontspannen. Gewoon doorademen mensen, blijven doorademen…
Dus ik ben Ben ik doordat ik denk Denk ik doordat ik ben Voel ik omdat het eenvoudigweg De tijd van het voelen is? Voel ik omdat ik denk Denk ik omdat ik voel Ben ik wie ik denk dat ik me voel Dus.. ben ik wat ik voel?
N.a.v. Boekje: Dus ik ben - Stine Jensen en Rob Wijnberg
Afgelopen week bleef ik één woord maar tegenkomen in de media: infobesitas. Nu ben ik niet zo dol op termen die worden geïntroduceerd door communicatiebureaus (zoals deze), maar in dit fenomeen herkende ik wel wat.
Infobesitas is een nieuw verschijnsel dat haar intrede heeft gedaan met de opkomst van het mobiele internet. Daardoor heb je altijd en overal de mogelijkheid om je sociale netwerken te bekijken (wat je vrienden schrijven op Hyves, Facebook en twitter) en op zoek te gaan naar nieuws. Bij sommige mensen leidt die mogelijkheid tot de dwangmatige gewoonte om dat ook de hele tijd te doen en de angst om iets te missen.
Ik herken hier best wat in, ook al heb ik duidelijke grenzen gesteld aan het turen naar de schermpjes van mijn telefoon en computer (niet tijdens werk en colleges en niet als ik in levende lijve een afspraak heb met iemand) en heb ik ook het idee losgelaten dat ik altijd alles maar moet volgen. Maar het gebeurt me vaker dan me lief is dat ik me om half elf ineens uitgeput realiseer dat ik de hele avond heb doorgebracht achter het scherm van mijn computer en/of televisie. Terwijl ik zoveel nuttiger dingen had kunnen doen: colleges voorbereiden, boeken lezen of een echt goed gesprek voeren met vrienden. Maar wat is de oplossing, in één keer stoppen en nooit meer een profiel aanmaken?
Meer mensen herkennen dat gevoel en zoeken naar oplossingen, las ik afgelopen vrijdag in de NRC Next. Zo vertelt de schrijfster van dat artikel over de grappige dingen die mensen doen, linken of zeggen en die haar ervan weerhouden om te stoppen met sociale netwerken: "Het is meestal 'lege informatie', vergelijkbaar met 'lege calorieën': lekker zonder dat je er echt iets aan hebt."
Dit soort mensen vindt elkaar in een beweging onder de naam Wisdom 2.0 (2.0 als verwijzing naar web 2.0, een andere naam voor internetsites die vooral gericht zijn op interactie, zoals sociale netwerken en weblogs). De grondlegger van de beweging, Soren Goldhamer, beschrijft de zoektocht naar gebalanceerd internetgebruik als een nieuwe relatie: eerst ben je verliefd en zie je alleen maar leuke kanten aan die ander, maar na een tijdje ontdek je dat die ander ook negatieve eigenschappen heeft en dat diegene complexer is dan je in eerste instantie dacht. Dan moet je toch een manier vinden om je leven samen vorm te geven. Zo is het volgens hem ook met al die internettoepassingen: ze lijken je leven in eerste instantie alleen maar te verrijken, maar kunnen je op een gegeven moment gaan afleiden van "een betekenisvol, zinvol leven, een leven vol compassie en echte verbondenheid met mensen".
Goldhamer heeft helaas nog geen oplossing gevonden. Hij heeft wel wat tips: doe wat je doet met aandacht, doe één ding tegelijk en ga online "uit creativiteit en niet uit verveling". Ook noemt hij mediteren. Om zelf meer in evenwicht te komen en zo ook evenwichtiger om te gaan met internet en je tijd.
Mijn eigen tip zou zijn om op zondag je computer uit te laten. Ik heb dat een aantal keer gedaan, op het idee gebracht door mensen die dat om principiële redenen deden, en die zondagen waren voor mij erg rustgevend en inspirerend. Daarnaast kan ik me voorstellen dat bidden, bijbel lezen en stil zijn kunnen helpen om je te richten op wat echt belangrijk is, om echt contact te maken met God, jezelf en indirect met anderen en om los te komen van de hectiek van alledag. Ook een aanrader dus. Mijn laatste tip: zet na het lezen van dit stukje je computer of telefoon uit en ga genieten van het mooie weer en het gezelschap van je huisgenoten, een goed boek of de natuur. Of doe iets anders waar je energie van krijgt en geïnspireerd door raakt. Tenslotte is het internet er morgen heus nog wel en zo niet, hoe erg is dat dan eigenlijk?
"Jean de La Fontaine (1621-1695) schreef de bekende fabel waarin de krekel de hele zomer muziek maakt, terwijl de mier bedrijvig in de weer is om een wintervoorraad aan te leggen. Als de zomer voorbij is, leidt de krekel honger en weigert de mier hem iets van de opgebouwde voorraad te geven. Eigen schuld, zo meenden generaties lezers, die zichzelf blijkbaar spontaan als hardwerkende mieren zagen en degenen die een beroep deden op hun compassie als luiaards.Dit is nogal ironisch, want La Fontaine lijkt eerder de geringe waardering voor de kunst te hebben willen aanklagen dan de vermeende luiheid van de kunstenaar. Hij eindigt zijn fabel met:
Wie leeft van kunst gaat door voor gek. Vaak lijdt hij honger en gebrek."
Ik citeerde Erik Borgman in 'wortelen in vaste grond'.
Erik Borgman schrijft in zijn boekje 'wortelen in vaste grond' dat ieder mens er naar toe kan groeien vrouw en maagd te zijn. Aan deze metafoor koppelt hij het christelijk geloof. In deze log daarom een gedichtje van Gerrit Achterberg als metafoor voor Pasen en een link naar een liefdeslied om ondertussen te luisteren; http://www.youtube.com/watch?v=vYdLPA9CHgg
Moeder
Mijn moeder is een grijze vrijdagmorgen zij moet de kamer doen; stof beeft; dan dweilen, voor het eten zorgen, zien wat van gisteren overbleef.
Ik ben in haar liefde geborgen, die elk verraad der wereld overleeft; wie ik ook werd, wij eten overmorgen de koek die zij gebakken heeft.
Wanneer de zondagmorgen is ontloken staat heel haar wezen in de blijde groei, waarin mijn wezen moet zijn aangebroken, omdat ik dan niet meer gevoel hoe door de dood is aangestoken wat bij een andere vrouw begon.
Het gebruik van internet onder jongeren van nu is groter dan het gebruik van televisie. Niet zo heel gek, maar waar moeten de jongeren van nu later in hun studententijd op feestjes dan over praten? Met twintigplussers kun je je een hele avond (of nacht) vermaken door herinneringen op te halen aan Telekids, Vila Achterwerk (purno de purno!!), aan de duffe begintune van Barbapapa enz. Dan wordt er op Youtube ook wel opgezocht hoe iets ook al weer ging, maar toch hebben wij maar een eindig aantal televisieprogramma’s gemeenschappelijk. Hoeveel filmpjes zijn er op Youtube? Wat is daar tien jaar later nog van over? Of gaat het dan gewoon om hele goede filmpjes die iedereen bijgebleven zijn? En waar spreken de oudere generaties die zonder televisie zijn opgegroeid over op een feestje? Boeken?
Ik vraag me af of het steeds individueler wordende kijkgedrag ervoor zorgt dat jongeren van dezelfde generatie minder met elkaar te delen hebben, of misschien juist meer? Ik heb niet echt een antwoord. Dan maar een link naar een geweldige videoclip die ik ontdekt heb toen ik een biertje ging drinken met oud huisgenoten.
Verkiezingen. Ik merk dat ik er na de gemeenteraad al een beetje moe van geworden ben, en dan moet de campagne voor de landelijke verkiezingen nog losbarsten. Dus dat worden maanden van discussiëren met de televisie (ik weet het dat heeft geen zin, maar ik kan het niet laten), reageren op gesprekken in de trein, uren doorbomen met vrienden in de kroeg… En ik merk dat ik er somber van wordt. Japke Bouma heeft in haar column op nrc.next de oplossing gevonden. Zij droomt:
“En ineens zag ik Femke Halsema en Geert Wilders samen een zak friet eten. Ik zag een blozende Sietse Fritsma met een bloedmooie moslima op een zonnig terras. Mark Rutte samen met Martin Bosma ruziënd over het masterplan voor de Nederlandse economie voor de komende twintig jaar. En ik zag Ernst Hirsch Ballin schaterend, met Fleur Agema achter op zijn fiets, op weg naar de Ridderzaal.
Een droom. Natuurlijk. Maar wat als.”
Inderdaad! Hoop en plezier, dat is wat ik wil inbrengen aankomende maanden verkiezingsstrijd. Want wat als….?