|
Het is avond ergens aan de andere kant van de wereld. Een jonge vrouw komt thuis van haar werk. Ze loopt de gang door, de woonkamer in en gooit haar tas met een zwaai de hoek van de kamer in. Wat een dag… zuchtend ploft ze op de bank. Het was een dag vol vragen van anderen, te weinig tijd voor koffie, voorbijflitsende berichten, smog, snel verkeer, overhaast proberen de tram te halen, net op tijd voor de supermarkt en het ophalen van de was bij de stomerij. Alsof alles in een stroomversnelling moest. Langzaam slentert ze naar de magnetron, stopt er de afhaalmaaltijd in, zet ondertussen de TV aan, en kijkt naar hoe buiten de laatste zon schijnt en de resten van de spits voorbij struinen…
Het is avond hier in mijn huis. Ik doe de deur achter me dicht, slenter de gang door de woonkamer door, gooi m’n tas m’n kamer in, slenter weer terug naar de keuken en schenk een glas vol met fris. Ik heb vandaag weer diverse soorten Engels aangehoord, zowel telefonisch als ‘live’, van Vietnamees Engels tot aan Portugees Engels (dat laatste klinkt trouwens erg leuk, maar je verstaat er niks van). En het maakt mij typisch Nederlands dat ik vrolijk in het Nederlandse Engels terug klets en dit nog leuk vind ook (nergens ter wereld zijn mensen zo leergierig als het om talen spreken gaat). Ik loop terug de woonkamer in, zet de TV aan op een of ander actualiteitenprogramma en bedenk ondertussen wat ik ga eten. Het is nog licht buiten. De zon probeert met alle macht er een zomer van te maken, maar het Nederlandse wolkendek heeft nog steeds de overhand. Net zoals de koude wind trouwens, brrr…
De magnetron piept. Ze gaat met haar eten voor de TV zitten, internet inmiddels ook weer bij de hand… “Oh ja…niet vergeten!” denkt ze opeens. Na het eten pakt ze haar sleutels en loopt naar beneden, naar de postbus in het halletje. Met het sleuteltje opent ze de propvolle brievenbus. Chagrijnig op de buurman die nooit zijn post ophaalt, doorzoekt ze verwachtingsvol de stapel die erin ligt. “Kijk!” opgewekt vist ze er een kaart met een code uit en loopt weer terug de trap op, vergetend de post van de buurman weer terug te leggen. Druk bestuderend waar de kaart vandaan komt, gaat ze weer op de bank zitten. Het is een kaart uit Nederland, een kaart van mij…
Ik zit aan m’n avondeten en bedenk dat ik de post nog niet heb meegenomen. Na het eten loop ik de deur uit de galerij op, vier verdiepingen naar beneden, en verwachtingsvol open ik de brievenbus…leeg. Helaas, ik ga weer naar boven. Het had gekund, morgen misschien.
Aan de andere kant van de wereld glimlacht er iemand om het bericht dat ik op mijn kaart aan haar heb geschreven. Ze vraagt zich af waar ‘The Netherlands’ eigenlijk ligt en besluit de kaart meteen nog even te registreren op de site…
Morgen.. Morgen is voor mensen die aan Postcrossing doen elke keer weer een dag dat er zomaar uit elk deel van de wereld een kaartje op je deurmat kan liggen met daarop vaak de hartelijke groetjes, aparte postzegels, veel poststempels, en vaak iets over het land zelf of iets over waarmee iemand graag zijn leven vult. Dat er achter elke kaart een persoon zit, die ergens in een totaal andere wereld een leven leidt, maar jou een paar dagen of weken geleden die kaart heeft gestuurd die jij in je handen houdt, en vice versa, dat is wat ik zo leuk eraan vind. Dan wordt de wereld eventjes heel klein.
|