Als slaven van farao werden wij uitgebuit en onderdrukt.
Toen kwam de herder. Hij leidde ons weg uit de slavernij, naar ons eigen beloofde land.
Maar al snel vergaten wij onze verlossing. Al snel waren wij zelf de onderdrukkers.
Babylon kwam en voerde ons weg. En weer werden wij onderdrukt.
Er klonken geruchten over een nieuwe verlossing; een ander soort Bevrijder. Maar er gebeurde niks.
Uiteindelijk liet Babylon ons gaan. Maar ons beloofde land werd nooit meer wat het was.
Rome kwam. Rome leidde ons niet weg, maar bezette ons. En weer werden wij onderdrukt.
Temidden van onderdrukking klonk er een ander geluid.
Hij sprak over liefde en actie. Over de Maker die anders was dan wij dachten.
Sommigen van ons konden hem niet uitstaan, en zij executeerden hem. Einde oefening.
Na drie dagen klonken er steeds meer geruchten. Hij leefde weer!
Overal in het land verscheen hij aan ons en vertelde zijn verhaal, óns verhaal.
Hij liet ons achter, maar liet ons niet alleen.
Wij zijn weg uit Egypte, en wij komen nooit meer terug.
Wij zijn vrij.
|