Een slechte dag?


‘Hij heeft een lastige dag’ appt zijn begeleider me. ‘Hij had een lastige zware dag’ zegt zijn meester als ik hem ophaal van school. Een wit hoofd met blauwe kringen er onder staart mij aan. In de auto zegt hij ‘het was een slechte dag, ik deed veel slecht vandaag’.  Ik zeg: ‘neem eerst maar even een dropje!’

Hij kiest er twee terwijl ik aangeef dat hij niet slecht deed, maar wel het vaak lastig had en dat hij daardoor dingen ging zeggen en doen die hij niet wil.  Hij beaamt dat en zegt dat hij het heel naar vind dat hem dat zo vaak overkomt. Hij wil het graag anders, maar op de een of andere manier lukte dat niet vandaag en daar wordt hij heel verdrietig van.

‘Dit is de slechtste dag van mijn leven’ zegt hij als we iets verderop zijn. ‘Van je leven?’ zeg ik. ‘Nou, niet van mijn hele leven, maar wel van mijn hele schooltijd – nou.. van mijn schooltijd nu! En ik wil eigenlijk niet denken over wat er gebeurde, maar ik denk er wel aan en dan word ik heel verdrietig.  Ik wil echt geen kleuter zijn, maar volwassen mensen kunnen dit veel beter dan kinderen en ik ben nog een kind.’

Ik vraag me af hoe anderen nu tegen de regenboogprins aankijken. Als een kind dat het niet goed redt op school, in het leven? Een risicokind? Zelf ben ik diep onder de indruk van het gesprek dat ik nu met hem kan hebben. Een dialoog bijna.

Vele jaren reed ik, als de prins overstuur was met een schreeuwend kind in de auto naar huis. Een kind dat zijn onmacht er uit schreeuwde (en dat kwam soms ook door mij, omdat ik zijn spanning vergrootte im plaats van verkleinde). Nu zit er een kind naast me dat me uitlegt dat hij graag iets wilde tekenen, wat zijn klasgenoot tekende en dat dat mislukte en dat hij daardoor helemaal overstuur raakte. En als hij dat vertelt raakt hij opnieuw weer overstuur, maar vooral vanuit verdriet omdat het niet goed lukte om het op te lossen. ‘Een oplossing zoeken is moeilijk’ zegt hij.

Eigenlijk ben ik zo ongelofelijk trots op deze dappere jongen. De rugzak die hij draagt is groot en zwaar, zijn leven zit vol obstakels maar hij doet het toch maar.  Ik kijk naar dat witte koppie naast me. ’Ging alles fout?’  Hij fronst zijn wenkbrauwen. ‘Rekenen ging goed en taal ook’zegt hij.

Als we thuis zijn pak ik zijn tas. ‘Heb je je brood ook opgegeten vandaag?’ (De regenboogprins vergeet dat soms). ‘Ja! Oh er is dus nog iets goed gegaan! Gelukkig gingen er drie dingen goed. Mag ik boven spelen?’  Hij rent de trap op om lekker te gaan knutselen. Ik zet thee en schrijf een blog terwijl ik nadenk over wanneer een dag voor mij lastig is en wanneer ik daarvoor de term ‘slecht’ zou gaan gebruiken.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.