Hopeloos hoopvol (blog 4)

De roos bloeit in gemeenschappen van niet-weters, die elkaar treffen in de nacht van het niet-weten, en die niet weten wat hen te wachten staat. Daar breekt een glimlach door in de materie, daar bloeit, kort en ongezien een roos in de kosmos.

Caputo denkt dat als de kerk meer naar meester Eckhart had geluisterd, deze er vandaag totaal anders uit had gezien. Eckhart beschrijft de wereld als de plaats waar God (dat wat er gebeurt in God’s naam) zichtbaar wordt. God heeft mensen nodig om God te kunnen zijn. Caputo vindt  dit de mystieke voorloper van wat hij ‘insiteren of aandringen’ van God noemt. Het koninkrijk van God is niet de beloning voor de werken van liefde en barmhartigheid, deze werken zijn het koninkrijk van God. Het aardse leven, eten, koken, schoonmaken, voorzien in menselijke behoeften (check blog 3 over Martha); dit is het leven van God dat zich ontvouwt in de wereld. Martha maakte het huis klaar , wat symbool staat voor het toelaten van God in de ziel. Martha actualiseert God zelf.  De religie van Martha is een religie van gastvrijheid.

Caputo beschrijft dat de gastvrijheid en het geschenk, alleen maar zijn wat ze zijn als ze onvoorwaardelijk geschonken worden. Als het gaat om gastvrijheid (geschenk kun je over lezen in blog 2), doet Caputo een pleidooi voor werkelijke openheid. Kun je als kerk, of als christen, of gewoon als persoon daadwerkelijk welkom heten zonder voorwaarden? Ik voel hier direct alle voorwaardelijkheden in mezelf weer opkomen. Natuurlijk niet. Is dan ook mijn eerste antwoord. Maar volgens Caputo kan dit wel, stap voor stap. Je kunt als geloofsgemeenschap of als persoon ervoor kiezen om onvoorwaardelijk gastvrij te zijn. Bijvoorbeeld door de LHBT mensen welkom te heten in al hun verscheidenheid als uitdrukking van de veelkleurige liefde van God (en dus niet als plicht of genade). Caputo verwijst dan naar Jezus die volgens hem onvoorwaardelijk gastvrij is en daarmee optrok met volk waar door de samenleving twijfelachtig of ronduit negatief over werd gesproken, zowel rijk als arm, vooral niet passend in ‘het algemene’. Gastvrijheid is het hart van de theorie van de ander. De mensen die de grenzen verleggen in open gemeenschappen, die voor vrede vechten en dienstbaar zijn aan de armen, zijn het fundament van het koninkrijk van God, met of zonder God. Zij zijn de mensen die Gods aandringen omzetten in Gods bestaan en God een goede naam bezorgen.

Ik ben het helemaal met Caputo eens en tegelijk krijg ik zo veel vragen. In het algemeen, maar ook vanuit mijzelf. En laat ik het daarbij houden. De gastvrijheid waar Caputo over schrijft is voor mijzelf een soort schaal waarop ik me telkens begeef. Ik beweeg me op die schaal constant tussen onvoorwaardelijkheid en voorwaardelijkheid. Natuurlijk wil ik gastvrij zijn, naar wie dan ook, maar ik loop tegen grenzen aan. Als mensen tegen mij liegen en mij bedriegen, voel ik me verschrikkelijk. Als mensen mij manipuleren om hun zin te krijgen ben ik echt niet gastvrij. Als mensen gevaarlijk kunnen zijn voor mijn pleegzoon, hou ik ze buiten de deur. Er zijn dus allerlei grenzen. Er lijkt een verschil te zijn tussen principe en dagelijkse realiteit. Misschien daarbij ook tussen onvoorwaardelijkheid en voorwaardelijkheid,  misschien dat die twee begrippen daarom meer met elkaar verbonden zijn dan dat ze tegenover elkaar staan. Maar het uitgangspunt van ‘niet weten’ en ‘openheid voor de ander’ als basis voor Gods koninkrijk vind ik een boeiende gedachte. Caputo werkt dit verder uit en daar schrijf ik over in mijn volgende blog.

 

Geef een reactie