Hopeloos hoopvol (Blog 5: gastvrijheid)

19CF4709-7852-403F-A411-B9E23A27E42D

De roos bloeit in gemeenschappen van niet-weters, die elkaar treffen in de nacht van het niet-weten, en die niet weten wat hen te wachten staat. Daar breekt een glimlach door in de materie, daar bloeit, kort en ongezien een roos in de kosmos.

Caputo schrijft over het begrip gastvrijheid. Een eerste thema heb ik beschreven in blog 4. Het tweede thema dat hij ter tafel brengt is het thema interreligieuze dialoog. Ook hier komt hij terug op de begrippen ‘voorwaardelijkheid’ en ‘onvoorwaardelijkheid’. De voorwaardelijkheid ken ik goed, de onvoorwaardelijkheid minder, daarom focus ik me daarop in deze blog.

Caputo vraagt zich af of we in staat zouden kunnen zijn als kerk of als persoon om zo open het gesprek met andere religies aan te gaan, dat je van mening zou kunnen veranderen, dat je met een andere mening naar huis gaat, dan die waarmee je vertrok. Ik moest tijdens zijn verhaal heel erg denken aan een foto van LaChapelle ‘Jesus and the Buddha under the tree’ waar ik in het Groninger Museum lange tijd gebiologeerd naar heb staan kijken. De twee lijken daar intiem met elkaar in het donkere woud een verlicht moment te beleven. Zijn zij daar met elkaar in dialoog?

Het lijkt me mooi. Het lijkt me mooi als beiden ons zouden willen leren om altijd in gesprek te gaan met elkaar. Niet omdat we hetzelfde moeten worden, maar omdat we van elkaars contexten, culturen, tradities en inzichten kunnen leren. Of, zoals Caputo zegt, omdat we vanuit openheid en vertrouwen willen leren en leven. Niet met het doel, hetzelfde te worden, maar om elkaar te ontmoeten en daarbij de onzekerheid die die ontmoeting met zich meebrengt aan te durven. Ik denk dat Brene Brown ditzelfde principe beschrijft, maar het dan ‘kwetsbaarheid’ noemt.

“De roos bloeit in gemeenschappen van niet-weters, die elkaar treffen in de nacht van het niet-weten, en die niet weten wat hen te wachten staat. Daar breekt een glimlach door in de materie, daar bloeit, kort en ongezien een roos in de kosmos” schrijft Caputo aan het eind van dit hoofdstuk. Poëtisch, geheimzinnig. Alsof hij de lezer uitnodigt zijn woorden om te zetten in muziek, dans, theater, beeld, verhaal. Hij nodigt de lezer uit om met hem mee, het mysterie in te stappen. Hij nodigt mij uit om die wereld van het onvoorwaardelijke niet direct af te doen als ‘idealistisch’ maar in te stappen.

Spannend.

 

 

 

 

Geef een reactie