Hopeloos hoopvol (blog 6)

Sun and life, Frida Kahlo.

Sun and life, Frida Kahlo.

De roos bloeit in gemeenschappen van niet-weters, die elkaar treffen in de nacht van het niet-weten, en die niet weten wat hen te wachten staat. Daar breekt een glimlach door in de materie, daar bloeit, kort en ongezien een roos in de kosmos.

 

 

 

Langzaam maar zeker kom ik bij de kern van Caputo’s verhaal. ‘God bestaat niet.’  God is er alleen als ik God tot leven laat komen. Als ik het ongelofelijke en onvoorwaardelijke geschenk van het leven wil aanvaarden en doorgeven. Als ik me open wil stellen voor de onvoorwaardelijke gastvrijheid  waar vanuit ik keuzes kan maken.

Caputo vergelijkt de woorden exist en insist. Niet God ‘Bestaat ‘ maar ‘Instaat’ . Instaat is geen goed Nederlands woord. Daarom gebruikt de vertaler het woord ‘aandringen’ .  Maar ik heb wel wat met het woord ‘instaat’ . Het ligt dicht bij ‘ontstaat’.  God’s geest is in mij. Dringt aan. Om te laten ontstaan. Telkens opnieuw. Dringt aan mijzelf te openen voor wie en wat er op mijn pad komt. Dringt aan tot leven. God die zowel vreemd als geliefd, de ultieme Ander is en van binnenuit mij confronteert.

Als ik het nog een keer lees, lijkt het wat schizofreen en zou het kunnen dat je als lezer denkt dat ik behoorlijk ontspoor (misschien is dat ook zo). Waarom spreekt  de gedachtengang van Caputo me zo aan?  Het spreekt me aan omdat het me helpt te vertrouwen op mezelf. Dat ik in mijzelf de antwoorden kan vinden op moeilijke vragen. Ik bedoel daarmee niet dat ik niet meer moet nadenken, dat ik geen bijbel, boeken, filosofen en theologen nodig heb. Dat ik geen familie, vrienden en leraren nodig heb. Natuurlijk heb ik die nodig. Maar bij iedere confrontatie en ontregeling kan ik luisteren naar een innerlijke Stem die aandringt tot het geven van geschenken en een houding van gastvrijheid. Zoiets…

De roos bloeit in gemeenschappen van niet-weters, die elkaar treffen in de nacht van het niet-weten, en die niet weten wat hen te wachten staat. Daar breekt een glimlach door in de materie, daar bloeit, kort en ongezien een roos in de kosmos.

 

 

 

 

2 reacties op “Hopeloos hoopvol (blog 6)”

  1. Johan ter Beek zegt:

    Interessant! Vergelijkbaar met was Harvey Cox al in 1969 zei in “het Narrenfeest” over de kwaliteit van “dansen met god” boven “geloven in god” als reactie op de “god is dood” theologie. “Anatheism” van Richard Kearney zit ook op die lijn. God komt tot Abram in de drie gasten bij zijn tent. De Gastvrijheid van Abram wordt / is zijn geloof. Verslaafd aan God van Peter Rollins is natuurlijk ook een uitwerking Caputo’s filosofie.

    Toch vallen me enkele zaken op:
    1) in het engels zijn geloofswoorden niet bedreigend en zelf inspirerend ook al zijn ze van een totaal ander paradigma. Broeder Sebastien zei dat het praten in andere talen over je geloof het veel makkelijk maakt om te geloven. In Taize “werkt” het daarom beter dan in Nederland of in het Nederlands onder Nederlanders. Frits de Lange en de onlangs overleden Klaas Hendrikse hadden het ook over het niet bestaan van God, maar over hoe we er wel in kunnen geloven, bijvoorbeeld door op reis te gaan. Ligt allemaal in de zelfde lijn, maar toch klinkt het zo verrot in onze eigen taal. Hoe kijk jij daar tegen aan.

    2) Ruard Ganzevoort had het ooit eens over geloofstaal als een raam of deur die voor sommige mensen groot genoeg moet zijn om door heen te gaan of te kijken. “God bestaat” is voor bijna 99% van de gelovigen een belangrijke geloofsbelijdenis. Ze zijn er niet mee bezig of hij (of zij/het) bestaat maar in geloofstaal is het “groot raam”. Dezelfde zin “God bestaat” is voor niet gelovigen een net zo groot raam om niet te geloven. Hij bestaat immers niet.
    Ik denk dat we voor twijfelaars en niet gelovigen alle registers open moeten trekken om nieuwe woorden te vinden voor het mysterie van God. En wat geloven is. Caputo, Bell, Rollins, Cox. Super gaaf om over God en geloof te spreken in termen van muziek, ritme, dansen, feesten, instaat, gastvrijheid zijn, op reis gaan, etc.
    Voor gelovigen moeten we soms ook gewoon kunnen zeggen “god bestaat”. Gewoon omdat het onze gastvrijheid is om dat zo te doen voor hen.

  2. Charissa zegt:

    Hey Johan, dank voor je reactie. Ik herken de zoektocht naar woorden en hoe het klinkt.
    Het opschrijven dat God niet ‘bestaat’ voelde dubbel omdat ik weet dat mensen het ook kunnen lezen alsof ik God ontken, waardoor een aantal meelezers of mensen die mij kennen en het toevallig lezen denken dat ik volledig van het ‘pad’ ben geraakt. Daarom was het ook fijn om de naam Caputo daarbij op te schrijven. Had hij het tenminste gezegd en niet ik. Voor mij is het vooral belangrijk dat ik me nog altijd in elkaar voel krimpen als ik geconfronteerd wordt met wat nog altijd in de naam van de ‘machtige god’ gebeurt: manipulatie en machtsmisbruik. Deze god geef ik geen hoofdletter meer. Met Rollins noem ik dat de afgod. Met Caputo ontken ik dat deze god bestaat. Daarom spreekt het beeld van de roos, Rosa Mundi, de kwetsbare roos die slechts doornen heeft en geen zwaard, me aan. En verder ben ik erg dankbaar dat Caputo me behoed voor teveel idealisme. We zijn voorwaardelijke mensen; niet alles komt goed. Maar we kunnen streven naar onvoorwaardelijke geschenken en gastvrijheid. En daar waar dat ontstaat is God.

Geef een reactie