De dichter zanger is weggegaan

Vele ritten zat hij  voor op het dasboardkastje van onze VW-camper. Hij zong over rivieren, dijken, de God van Nederland en over de wereld. En wij, mijn lief en ik, zongen samen mee. Soms mocht Huub met zijn Concordia even tussendoor, maar altijd keerden wij terug naar hem. Zo reden wij door vele landen en hij reed mee. Gisteren is hij overleden. Gek dat ik, ondanks dat ik hem niet ken, er toch verdrietig om ben.

Dank The Lau, voor je muziek, je teksten, je stem. Voor wat je gaf.

De magie van de grabbelton

IMG_1783.JPG

De regenboogprins houdt van cadeautjes. En in het bijzonder van cadeautjes die hij kan vinden in de zogenaamde grabbeltonnen die vaak in kindvriendelijke restaurants zijn. Aangezien wij niet iedere week uit eten kunnen gaan, kan de prins dus ook niet iedere week grabbelen. Maar hij zou geen regenboogprins heten als hij daar geen goed alternatief voor zou kunnen vinden. Lees verder →

Ergens in de Franse Ardennen…

Ergens in de Franse Ardennen staat een huis. In dat huis was ik dit weekend te gast, samen met mijn vrienden van Blossom030. Twee dagen lang genoten we van wandelingen in de natuur, kampvuurtjes, heel veel lekkere Franse stokbroden en kaas, gesprekken en humor. Piano, hangmat, muziek, wijn en de gebeden van het afgelopen jaar passeerden de revue.

image

Lees verder →

Blijven hangen.

Matthijs Vlaardingerbroek schreef een stuk over het blijven steken van de evangelische beweging in de tienerleeftijd. Het is nodig tijd volwassen te worden. Ik moet gelijk denken aan het boek ‘Eindelijk thuis’ van Henri Nouwen. Henri schrijft over de parabel van de ‘verloren zoon’.  Hoe hij (en velen met hem) de neiging had om zich te blijven identificeren met de oudste of de jongste zoon. Hoe hij, kijkend naar een schilderij van Rembrandt over dit verhaal, zich langzaam aan ging realiseren dat hij moest doorgroeien naar de vader en moederrol.

Lees verder →

De regenboogprins spreekt over God.

 Regenboogprins: ‘ Heeft God die auto gemaakt?’
Ik: ‘Nee, God kan geen auto’s maken.’
Regenboogprins: ‘Heeft ie dan de boeken gemaakt?
Ik: ‘Nee, de mensen maken boeken en auto’s’
Regenboogprins: ‘Wat heeft hij dan gemaakt?
Ik: Wat denk jij?’
Regenboogprins: ‘Water?’
ik: Ja, dat wel denk ik. weet je nog meer?
Regenboogprins: ‘Eh als laatste de mensen toch?’
Ik: ‘Ja. En weer je nog meer?’
Regenboogprins: ‘De dieren en het gras?’ (even stil) Eigenlijk heeft God maar weinig gemaakt.
ik: ‘Ja, bar weinig’.