Docenten door de ogen van een auti-puber.

Toen ik 12 was en op de middelbare school zat begonnen we docenten bij hun achternaam te noemen. ‘Wie heb jij voor wiskunde?’ ‘Jansen!’ ‘ Oh, da’s een goeie, die legt echt goed uit. Heb je ook les van Wiersma?’  ‘Ja, die is echt heel streng! En ze kijkt ook een beetje scheel als ze je de beurt geeft, je weet  nooit zeker of ze naar je kijkt en ze wordt kwaad als je dan naar je klasgenoot kijkt.’

Vanmiddag liep ik met de Regenboogprins en zijn vriend Fedde in Amelisweerd. Allebei auti. Ze hadden het over hun leraren. Net zoals  ik vroeger, alleen totaal anders. Lees verder →

Een slechte dag?


‘Hij heeft een lastige dag’ appt zijn begeleider me. ‘Hij had een lastige zware dag’ zegt zijn meester als ik hem ophaal van school. Een wit hoofd met blauwe kringen er onder staart mij aan. In de auto zegt hij ‘het was een slechte dag, ik deed veel slecht vandaag’.  Ik zeg: ‘neem eerst maar even een dropje!’ Lees verder →

Van Cito-toets tot postzegels tot stilte

Direct na de vakantie beginnen de Cito toetsen op school. Voor de regenboogprins een spannende en tevens moeilijke start met grote kans op moeilijk gedrag in de klas en verdriet daarover thuis. DC771D58-31CC-40D7-97DF-0619159DFC35Dus lief en ik hadden ons voorbereid. Iedere volbrachte dag leverde een muntstuk op en om de drie dagen een speciaal cadeau. Vandaag waren de eerste drie dagen voorbij en het cadeau ging gezocht worden in de postzegelwinkel. Utrechters kennen misschien net als ik vooral de buitenkant van deze winkel. Een etalage vol bankbiljetten, postzegels, oude postkaarten. Ik was echter nog nooit binnen geweest.

Tot vandaag!

Het was alsof ik de hersens van de regenboogprins binnen stapte. Stapels met postzegelalbums reikten om me heen tot aan het plafond. Grote potten vol munten, Bakjes met oude kaarten. Zakken vol postzegels. Bakken met oude bankbiljetten. Het was alsof ik een film was binnengestapt. Lees verder →

Auti Monoloog: slaappillen.

Ik heb de regenboogprins naar zijn school gebracht en loop terug naar de auto. Achter mij loopt een groepje tieners van de school, op weg naar de gymzaal in de buurt.  Een jongen voert het hoogste woord. Ik luister.

”Ik heb vannacht een slaappil genomen omdat ik om twee uur nog steeds wakker was!

Ik heb 20 Mg genomen.

Een normaal kind neemt 10 Mg, maar ik heb 20 Mg genomen.

En toch kan ik nog steeds nu druk zijn.

Gelukkig  werd ik wel wakker vanochtend.

Ik heb ook wel eens 30 Mg genomen.

Maar als ik 30 Mg heb genomen, word ik niet meer wakker.

ik heb mijn vader wel eens geschopt omdat hij me wakker probeerde te krijgen.”