Worsteling ernaast.

2025 was in sommige opzichten een pittig jaar. Eerder indirect dan direct, maar ook als het met iemand die je liefhebt niet goed gaat,  werkt dat door op je eigen welbevinden. Onze lieve Regenboogprins kreeg veel te verstouwen afgelopen jaar.
We ontdekten, na het speciaal onderwijs te hebben afgerond met een welverdiend `vmbo-kader’ diploma, dat het hem niet lukte om het reguliere mbo te volgen. Ook een sociale ondernemingstraject hield voor hem na twee maanden op. Het spannende moment dat hij 18 zou worden in de zomer werd mede door deze gebeurtenissen een dreigend moment. Misschien in zijn ogen wel een levensbedreigend moment. Voor een jongen als onze Regenboogprins leek de wereld in te storten. En daarmee het vertrouwen in zichzelf. Er was geen plek voor hem, leek het. Iets wat hij al meerdere keren in zijn leven heeft moeten ervaren. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerden mijn lief en ik hem te steunen. Maar de pijn van zijn verlies konden wij niet dragen. We zagen voor onze ogen hem onzekerder worden, bang om dingen fout te doen, bang voor zijn eigen angsten en woede. De zomer gebruikten we om een plek voor hem te vinden waar hij wel zou mogen blijven. Gelukkig hebben we die gevonden en gaat hij nu vier dagen in de week naar een atelier. Dat is al een hele steun. De Regenboogprins is weer in ontwikkeling, met vallen en, met onze hulp, weer opstaan. We zijn er nog niet. Er is veel verdriet. Het doet pijn als je in zulke angstige verdrietige ogen kijkt. De prins leek eerdere momenten van verlies opnieuw te ervaren. Hij vergeleek het jaar 2025 met het jaar 2015, het jaar dat hij net bij ons was, dat hij verdrietig was over zijn deelse vertrek bij zijn toenmalige pleegouders.

Tussendoor; een herinnering aan een gesprek tijdens mijn werk

Dit najaar sprak ik tijdens een intervisie-moment, met enkele onderzoekers over naasten van mensen die tijdelijk of langdurig steun en zorg nodig hebben. Ter sprake kwam dat een naaste had verteld ‘als het met mijn broer  niet goed gaat, gaat het ook niet goed met mij’. We ontdekten dat als we onze professionele brillen opzetten en luisterden naar deze zin, we eigenlijk vonden dat die naaste niet goed voor zichzelf zorgde, maar als we die bril afzetten en naar diegene luisterden terwijl we aan onze eigen familie dachten, we de naaste veel beter begrepen. Natuurlijk steun je je eigen zusje of broer, je eigen kind, je moeder of vader, je vriend als die lijdt. En natuurlijk lijd je aan het lijden van hem of haar. Als je liefhebt, lijd je automatisch mee. En als professional kun je deze liefde erkennen en de naaste ondersteunen, heel veel meer hoeft niet.

en nu

Het is nu  bijna 2026. De Regenboogprins is 18 geworden en nog steeds bij ons. Hij is nog steeds in het atelier en hij heeft al kleine stappen leren nemen om minder bang te zijn voor zijn angst. Maar pffff… het deed ook veel met ons. Ik was erg moe begin december, moe van het oplopen samen met mijn lief in het land van de pijn van de Regenboogprins. Moe, maar me ook bewust dat dit wel de weg was die ik wilde gaan. Door de moeilijke tijden heen, niet er vandaan. Bewust kiezen om steunbalk te zijn, zodat de prins, als ie valt, zich aan me op kan trekken. Dankbaar ben ik voor de prins, die ons iedere keer weer zijn vertrouwen geeft. Dankbaar voor mijn lief die dit pad samen met mij loopt. Dankbaar ook voor de mensen die voor hem gaan, tijd voor hem vrijmaken, zijn vrienden en familie, onze gezamenlijke vrienden, onze  familie, hulpverleners die helpen om een passende weg voor hem te vinden. Dankbaar voor het superinspirerende werk dat ik mag doen, waardoor het dragen lichter wordt. Dankbaar voor de mensen die er voor mij en mijn lief zijn. Dankbaar voor de Eeuwige die nooit loslaat wat zijn hand begon.