Voorwoord

Voorwoord in De Verhalenkathedraal door Harmen van Wijnen

Soms zijn er sluimerende processen in je leven die, wanneer ze aangeraakt worden, ineens betekenis krijgen. Deze ervaring had ik bij het lezen van dit boek van Charissa. Dit boek raakt bij mij iets aan dat soms nogal verborgen of onuitgesproken bleef. Het boek bracht het als het ware volop aan het daglicht. Ik bedoel dan kort gezegd: de kracht van verhalen.

De afgelopen jaren heb ik meer en meer ontdekt en aangevoeld, soms bewust maar veel vaker onbewust, dat verhalen een enorme kracht in zich hebben. In mijn eigen levensverhaal heeft dit geleid tot ‘een bekering naar verhalen’. Je zou dit de ontdekking kunnen noemen, dat een leven zonder verhalen niet kan. Als er sprake is van een leven zonder verhalen, wordt het leven teruggebracht tot een serie vaste patronen, tradities of theorieën. Verhalen geven mij bevrijding van klemmende patronen, van gestolde tradities en van een eenzijdige rationele benadering van de werkelijkheid. Bij het lezen van dit boek vielen heel veel puzzelstukjes op hun plek. Charissa noemt het heel treffend dat verhalen ‘raken’, dat verhalen ‘anonieme mensen een gezicht geven’, dat verhalen ‘verbinden’. Ik kan dan alleen maar zeggen: ja, dat klopt.

Verhalen hebben een dubbele lading een dubbele kracht: ik noem dat de verbeeldingskracht en de verbindingskracht.

Verbeeldingskracht van verhalen.
Verhalen kunnen iets onder woorden brengen van een diepere laag van het leven. Daar waar feitelijke of rationele beschrijvingen tekortschieten en geen woorden vinden om gebeurtenissen of ervaringen te beschrijven, kan het verhaal een drager hiervan worden. Daarom vertelt Charissa verhalen over verlangen, over families, over geheimen, over de ziel, en natuurlijk over de liefde.

Verbindingskracht van verhalen.
Verbinding tussen mensen in het hier en nu verbinding tussen mensen voorbij het hier en nu. Verhalen hebben een kracht om te verbinden voorbij de grenzen van tijd en plaats. Levensverhalen worden verbonden met andere levensverhalen en met het Verhaal van God met deze wereld. Het beeld van de kathedraal is daarom zo treffend. De verhalen van mensen raken aan de verhalen van boven.

Het boek roept ook een vraag bij me op, een prikkelende vraag. Heb ik nu met mijn ‘bekering naar de verhalen’ een nieuwe sluitende theorie gevonden om het leven te begrijpen en te duiden? Is het nu af? Nee, de verhalen houden altijd iets opens, iets onafs. De kathedraal is een Sagrada Familia. In het boek ‘The fault in our stars’ is Hazel Grace Lancaster volledig in de ban van een boek dat halverwege een zin eindigt. Het verhaal van dat boek is niet af. Het open einde van het boek geeft de doodzieke Hazel een enorme ‘drive’ om haar leven intens te leven, vanuit verlangen, gericht op de liefde. Dat is ook de kern van verhalen, ze zijn nooit af, ze eindigen open. Dat roept soms frustratie op, dat inspireert vaak, dat zet altijd in beweging.

Het kan echter ook eenzaam maken. Daarom is de verhalenkathedraal een ontmoetingsplaats voor gemeenschappen. De vragen en opdrachten en lees-, kijk-, en luistertips aan het einde van elk hoofdstuk zijn prachtige hulpmiddelen om ‘verhalende gemeenschappen’ te creëren. Verhalen willen verteld worden in groepen. Verhalen willen gehoord worden. Verhalen willen zich ontwikkelen als identiteit van ‘verhalende gemeenschappen’.

Stap in het verhaal van dit boek, het zal je raken en in beweging zetten.