De groef (naar aanleiding van het boekje van Maartje Wortel)

Vandaag las ik ‘De groef’ van Maartje Wortel. Het was een heerlijk bevrijdend boekje. Zonder teveel over de inhoud te vertellen, want die kun je beter zelf lezen, bracht het boekje me zo’n 23 jaar terug in de tijd.
Het was de tijd dat ik alleen was, of soms samen en dan weer alleen. De tijd dat ik in mijn lege agenda staarde en me afvroeg met wie ik nu weer eens af moest spreken. Waar ik danste tot diep in de nacht en daar dan iemand ontmoette, wat soms eindigde in een catastrofale liefde en soms in een maandenlang spel. De tijd dat ik nadacht over het leven en me afvroeg of ik in mijn eentje ooit echt gelukkig kon zijn. Waar ik op kerstavond door de wijk ging lopen en stiekem bij de mensen naar binnen gluurde om te zien hoe gezellig ze het hadden en dan zag dat de meeste mensen gewoon voor de televisie zaten. Lees verder →

Achter mijn voordeur


Ruim een jaar geleden hoorde ik voor het eerst haar naam. ‘Truusje’ heette ze. Ze deed mee aan een korte video voor een site die ik samen met een team samenstelde voor het lectoraat Jeugd en Gezin van de Christelijke Hogeschool Ede (www.gedeeldopvoederschap.nl).
Truusje van Zanten viel voor de verkeerde man en werd samen met haar twee jonge kinderen slachtoffer van huiselijk geweld. Zowel zijzelf als haar kinderen waren daardoor ernstig getraumatiseerd en om de moeder te kunnen blijven van haar kinderen, stond ze toe dat haar kinderen opgroeiden in een pleeggezin en een gezinshuis.
Ik schrijf het op in enkele zinnen, maar wat een ellende, pijn en daarnaast ook nog mega-ingewikkelde situaties kan een mens in terechtkomen. Het bijzondere aan deze vrouw is dat ze haar verhaal wilde vertellen. Ze wilde dat meer mensen zouden horen welke nood er achter een voordeur kan zijn.

Truusje heeft inmiddels twee boeken geschreven.

Achter mijn voordeur gaat over hoe haar relatie met haar toenmalige partner begon en zich ontwikkelde tot een situatie waarin niets meer gespaard werd; het huis, Truusje, en zelfs haar toen nog hele jonge kinderen.  Het gaat ook over het moment dat ze een punt achter de relatie zette en de weg die ze daarna ging. Een weg vol rechtszaken en een steeds groter besef van de trauma’s die zij en haar kinderen hebben opgedaan. Truusje neemt de lezer mee alsof je erbij bent. Het is alsof je naast haar staat en mee gaat om de sloten in haar huis te controleren. Je bent boos met haar, maar kunt ook hulp aanvaarden. Steeds meer bewondering kreeg ik voor de moed, assertiviteit en levenslust van deze vrouw.

Dit jaar is het boek  Achter mijn voordeur – het vervolg  uitgekomen. Hierin beschrijft Truusje hoe zeer de trauma’s van toen doorwerken in het nu. Door het oerwoud van instanties, voogden, pleegouders, gezinshuisouders en andere jeugzorgbetrokkenen baant ze zich een weg om te zorgen dat haar kinderen veilig en goed op kunnen groeien.
Vaak voelt ze zich  gesteund. Soms voelt ze zich tegengewerkt en moet ze kei en keihard opkomen voor zichzelf en haar kinderen.
Tussendoor beschrijft ze hoe ze ook langzaam maar zeker ontdekt welk werk ze  graag wil doen en een opleiding gaat volgen. Ze schrijft hoe haar nieuwe partner Joris met haar meeleeft, hoe haar ouders overlijden, en hoe haar zus haar altijd bijstaat.
Juist die stukjes vond ik zo gaaf om te lezen. Ze maken dat ik niet alleen maar het verhaal van een moeder, deze moeder lees, maar het verhaal van een mens. De mens Truusje, die bereid is om haar verhaal met publiek te delen. Een vrouw die een veerkracht toont waar iedereen iets van kan leren. Alleen daarom al raad ik je aan dit boek te lezen. En verder is het wat mij betreft een must voor iedere sociale professional die met ouders van uithuisgeplaatste kinderen werkt.

Waar kun je de boeken kopen? Klik hier

 

 

Wat is mijn plan vandaag?

Alles draait, alles gaat zoals het gaat
Hoe moet ik leven
Waar gaat het heen
Alles draait, alles gaat zoals het gaat
Wat gaat vanzelf
Wat doet iedereen wat is mijn plan vandaag

Wende zingt en wij zingen mee. Wende zingt en plotseling zwaait de Regenboogprins naar een passerende motor. ‘Zag je hoe hij keek?’ lacht hij en dan zijn we allebei even stil. Ik slik een traan weg. Want hier delen wij een ander moment, een paar weken geleden nog maar, toen hij en Sis bij mij achter in de auto als twee  jonge tieners speelden en zwaaiden naar iedereen die ze tegenkwamen op de snelweg. Zoveel plezier, zoveel fun, het spatte van ze af.
Dat  had vandaag ook zo kunnen zijn als Sis niet op de dag van ons vertrek verdwenen was van de groep waar ze woont. We zijn zonder haar naar ons chalet vertrokken voor ons Hemelvaartweekend.
Ik zie de prins denken; ‘het is toch anders alleen, het is een leuker spelletje samen. En waar is ze eigenlijk? Als ze maar weer terugkomt.’

Lees verder →

Alive and Kicking!

‘We hebben wat geld gekregen op de groep van iemand die iets doet voor zielige jongeren en nu mogen we allemaal een cadeau uitkiezen.’

Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren dat Sis dat tegen me zei. Ze wist niet goed wat ze er mee moest. Het was natuurlijk heel erg leuk dat ze een cadeau mocht uitzoeken, maar tegelijk  snapte ze niet zo goed dat ze dat zo maar van een organisatie aangeboden kreeg.  Ze had al een uitzonderingspositie als een kind dat op een groep woonde, en nu kreeg ze ook nog een cadeau als een soort uitzondering. Het leven kan flink ingewikkeld zijn als je tijdelijk of niet bij je ouders kunt opgroeien. Inmiddels heb ik naast de regenboogprins een flink aantal pleegkinderen gesproken en standaard stel ik ze de vraag: ben jij anders dan anderen omdat je in een pleeggezin woont?


‘Natuurlijk niet.’ zei mijn eigen Regenboogprins.
‘Soms voel ik me wel anders als ik buiten mijn eigen huis ben’ zei een meisje van 11.
‘Iedereen is gelijk!’ zei een jongen stellig toen ik het hem vroeg.
‘Nou, zelf ben ik denk ik niet anders, maar mijn situatie is wel anders’ zei een jongen van 13.
In ieder geval vonden ze zichzelf niet zielig.

Dat zijn ze ook niet. En toch snap ik de reactie van Sis wel een beetje. Want heel veel mensen vinden het heel erg naar als ze horen dat kinderen niet bij hun ouders op kunnen groeien.  Ze hebben dan diep medelijden, ik ook. En eigenlijk is dat mooi. Het raakt.  Maar dan komt de distantie.  Misschien omdat we het bij de ellende niet uithouden? We nemen afstand. Wij hadden dat niet? Wij zijn anders? De  kinderen zijn vanaf dat moment ‘zielig’ of met een netter woord ‘kwetsbaar’ (zie eerdere blog). Of, als ze zich niet laten kisten, het zijn kinderen met gedragsproblemen wat ook een fijn woord om afstand te nemen en de kinderen een label te geven. Mensen zullen niet snel zeggen dat deze kinderen echte survivors zijn, dat zeggen ze gelukkig zelf wel. Kinderen met een ‘rugzak’ vind ik misschien nog de beste beschrijving die ik er over gelezen heb. Omdat het vaker gaat over de situatie, de omstandigheden die complex zijn, dan om de kinderen zelf.

Pleegkinderen en kinderen die op een groep wonen zijn dus gewone kinderen, met een rugzak vol veranderende situaties, waar ze mee moeten dealen.  Een hele klus.
Afgelopen maand deed ik samen met mijn goede vriend Wouter een interview met twee jongeren (19 en 21 jaar) die ons vertelden wie ze waren en hoe de situaties die ze overkwamen ze gevormd heeft. Hoe er dwars door moeilijke tijden belangrijke levenslessen werden geleerd.

‘Ik had niet gedacht dat ik met de persoon die ik het allermeest verafschuwde, nu weer kan lachen. Ik heb geleerd dat vergeving vrijheid geeft. ‘ Gianny
‘Mijn leraar zei dat ik het slimste meisje van de klas was, ik kon het niet geloven, maar ik zit nu wel op het HBO’  Elisa

Wil je luisteren naar deze twee inspirerende jonge vrouwen die allebei in een pleeggezin wonen?
Open je geest en luister naar het boeiende verhaal van Gianny en Elisa. Met heel veel bewondering en respect vraag ik ieders aandacht voor hun verhaal.

 

 

Dit gaat niet alleen over mij.

Sommige mensen hebben pas sinds de Coronacrisis gemerkt dat het leven echt niet maakbaar is.  Er zijn ook mensen die dat nu wel merken, maar  er niet aan willen.  En er zijn mensen die dat al heel lang weten. De mensen die ik de laatste zeven jaar tegenkom die het al heel lang weten zijn pleegkinderen. Het overkwam ze gewoon. Door allerlei redenen en omstandigheden konden of mochten hun ouders niet langer voor ze zorgen en werden ze uit huis geplaatst. Er werd gezocht naar een pleeggezin. Pleeggezinnen zijn vaak (niet altijd) plekken waar kinderen meer dan welkom zijn. En heel vaak hebben pleegouders ook eigen kinderen, die dan dus vrij plotseling een broertje of zusje krijgen, die over het algemeen geen baby meer is.

Chris was twaalf. Hij zat op de basisschool. Op een dag kwam er een meisje in zijn huis wonen. Ehhh… een meisje dus! Best even wennen voor een twaalfjarige jongen. En, zo ontdekte hij verder, het was soms knap lastig om je speelgoed, je computer en uiteraard ook je ouders te moeten delen met kinderen en jongeren die soms helemaal niet aardig deden.  Toen hij zestien was realiseerde hij zich: ‘Dit gaat niet alleen over mij.’ Sommige mensen hebben al jong een heel ingewikkeld leven achter de rug.  Dat was een omslag. Hij ging het leven beter begrijpen. En daarmee zijn pleegbroers en zussen.

Marlin was acht. Haar ouders wilden graag voor kinderen in crisissituaties zorgen. Op een nacht bracht de politie drie kinderen. De politie was heel erg onder de indruk van de situatie waar ze de kinderen weg hadden gehaald. Ze bleven nog een tijd in de huiskamer van haar ouders zitten om bij te komen. Marlin was niet bang. Ze dacht alleen maar: ‘Nu zijn ze veilig.’ Ook Marlin ontdekte dat de kinderen soms helemaal niet aardig deden. Ze was heel boos soms als ze zo maar haar moeder uitscholden. Het was wel haar moeder waar ze het tegen hadden.

Marieke kent het niet anders. Haar ouders vangen al sinds zij jong is kinderen en jongeren op. Het is soms zwaar als je net aan een pleegbroer of zus gewend bent en dan gaat hij of zij weer weg. En als je zelf niet lekker in je vel zit en je ouders hebben het druk met alle kinderen en jongeren die bij ze wonen, is dat wel heel moeilijk soms. Marieke zegt: door mijn eigen moeilijkheden ontdekte ik hoe moeilijk het kan zijn als de mensen die het belangrijkst zijn, weinig ruimte en tijd voor je hebben. Marieke zegt ook dat ze regelmatig een flinke spiegel voor d’r neus krijgt van haar pleegbroers en zussen. Een glasharde spiegel. En dat ze merkt dat ze van belang is in het leven van mensen die het even heel moeilijk hebben, dat ze een praatpaal is en dat dat fijn is. Marieke zou het leven dat ze heeft geleid altijd precies zo overnieuw gekozen hebben. ‘Het is verrijkend’ vindt ze.

Demi was 15 toen haar moeder een gezinshuis startte. Ze kan zich nog goed herinneren hoe druk ze het de eerste weken vond. Al die kinderen aan tafel. Ze was benieuwd of ze dan ook als echte broers en zussen zouden gaan voelen. ‘Het is toch anders met mijn echte zus dan met mijn pleegbroers’ vertelt ze. Maar het is ook bijzonder. Soms gebeuren er onverwachte dingen. Zoals afgelopen zomer. Door de Coronacrisis ging haar vakantie naar een ver land niet door. Ze baalde enorm. En toen verraste haar pleegbroer haar door haar uit te nodigen samen met hem op vakantie te gaan. Uiteindelijk ging iedereen mee en hadden ze een hele bijzondere reis samen.

Een aantal weken geleden was ik met deze mensen in gesprek en luisterde naar hun verhalen. Het waren geen ideale verhalen, maar echte. Het ging over wat er zo mooi was en wat er zo raar was en wat zo moeilijk. Het ging over begrip en onbegrip en verwachtingen die wel en niet uitkwamen en over verrassingen.

Ik luisterde naar hen en ik bedacht me dat ze al jong leerden dat het leven niet eerlijk is. Dat sommige kinderen in een warm nest opgroeien en anderen er uit vallen en aan een ander nest moeten wennen, soms tegen wil en dank. Ze leerden ook dat als dat toevallig hun nest was, dat ze plotseling veel moesten delen met deze kinderen, o.a. de tijd en aandacht die hun ouders anders aan hen zouden besteden.
Ik zat naar ze te kijken tijdens de ZOOM-meeting die we hadden en ik zag hun ogen. Mijn potlood begon te bewegen. Ik tekende hun gezichten, met daarin die ogen. Acht ogen die zo vol leven de wereld inkeken.  Acht ogen van jonge mensen die vertelden dat ze door de keuze van hun ouders beter begrijpen wat het inhoudt om je leven te delen. Dat ze beter begrijpen dat er onrecht gebeurt, dat ze sterker zijn geworden juist door dat begrip en dat ze meer inzicht in zichzelf hebben gekregen.
We hebben een podcast gemaakt van hun verhaal. Het is de moeite waard om naar ze te luisteren. Deze club jongeren heeft een belangrijk verhaal te vertellen.
Marlin Wildeboer schrijft op dit moment een boek dat in de zomer uitkomt. Aan het einde van de podcast kun je er nog meer over horen, mocht je geïnteresseerd zijn.  Hieronder de link naar de podcast. Hij is ook te vinden op Spotify en veel andere podcast apps.